Silas
Ik ga, ik ga. Moet mijn geld toch uitgeven.
Goed.
Wat doe je hier? Ga terug aan het werk.
Ik ga al.
Terug aan het werk jullie. Quota gaat de volgende week omhoog, weet je.
Ik denk dat ik je deze keer ga doden.
Pas op je woorden of ik geef je nog een mond.
Je sterft vandaag. (Val aan)
Laat maar.
Wat zeg je.
Terug aan het werk jullie. Quota gaat de volgende week omhoog, weet je.
Wat zeg je.
Waarvoor kom je hier? Ga terug aan het werk.
Wat doe je hier?
Nieuw in het dorp zeker, hè? Zie je, deze plaats hebben we onder onze hoede. Houd je met jezelf bezig en verdwijn.
Afpersing? Mannen als jij verdienen te sterven.
Een man kan dat als een bedreiging opvatten. Je bedreigt me toch niet?


Misschien wel. (Val aan)
Laat maar.

Ik heb het schroot.
Waar wacht je nog op. Geef hier.
Is dit voldoende?
Goed, goed. Nu terug aan het werk.
Wat zeg je.
Bij nader inzien, ik denk dat ik je vermoord.
Oh, deze heeft vertoont ruggengraat. Ik geef je een paar seconden om van gedachten te veranderen voordat ik je gezicht in het zand douw.
Fijn, neem het schroot en stik erin.

Nee, Ik ben er zeker van. Je sterft. (Val aan)
Laat maar.
Hoeveel kost het om je te laten verdwijnen?
Nu praat je mijn taal. Kijk, ik geef niets om deze onderneming en met wat munten zou mijn reputatie stijgen, zie je? Geef 2500 ijzer en ik vertel Darius dat deze plaats de moeite niet meer waard is.
Neem het schroot.
Afgesproken. (Geef 2500 ijzer)
Goed, goed. Blij dat ik weg kan uit dit hol. Verdwijn nu uit mijn ogen voordat ik me bedenk.
Je kunt beter weg zijn als ik terugkom.
Wat zeg je.
Bij nader inzien, ik denk dat ik je vermoord.
Oh, deze heeft vertoont ruggengraat. Ik geef je een paar seconden om van gedachten te veranderen voordat ik je gezicht in het zand douw.

Nee, Ik ben er zeker van. Je sterft. (Val aan)
Laat maar.
Laat maar.
Ik denk dat je weg moet voordat iemand zich bezeert.

Geen schroot meer. Je sterft vandaag.
Oh, deze heeft vertoont ruggengraat. Ik geef je een paar seconden om van gedachten te veranderen voordat ik je gezicht in het zand douw.

Nee, Ik ben er zeker van. Je sterft. (Val aan)
Laat maar.
Vergeet het.
Waarvoor kom je hier? Ga terug aan het werk.
Wat gebeurt hier?
Nieuw in het dorp zeker, hè? Zie je, deze plaats hebben we onder onze hoede. Houd je met jezelf bezig en verdwijn.
Laat maar.
Ik ga.
